Ordo Ab Chao “orde uit chaos”

 

Wijntje

 

‘Mag ik m’n quotum tijdschriften voor november’ vraagt een zuster aan Dolf. De Machtoren en Ontwaard worden in de Nieuwewereldzaal per 2 weken onder de discipelen in grote stapels uitgedeeld. Niet dat die blaadjes zo goed lopen, maar het staat wel dapper om met een zo dik mogelijke stapel lectuur langs de broeders en zusters te paraderen. De kosten voor de onverspreide exemplaren worden doormiddel van “vrijwillige bijdragen” wel weer verrekend.

Dolf reikt de stapel tijdschriften aan de “pionier” aan en zegt; ‘voor volgende maand weer hetzelfde of moet ik het aantal verhogen?’ ‘Nee’ zegt de pionier, ik krijg steeds meer moeite om m’n quotum kwijt te raken. Ik denk dat ik er zelfs binnenkort wat minder ga afnemen.’ Een pionier is iemand die 60 uur per maand moet prediken om z’n pioniersstatus te mogen behouden. Hij of zij geniet in de JG gemeente een hoog aanzien en is meestal nog vrij jong. Meestal is hem van jongs af al ingepompt dat studeren en carrière maken in de ten onder gaande wereld toch nutteloos is. Wie kiest voor volle tijdsdienst als pionier heeft een hele grote kans op “eeuwig leven” zo wordt beweerd. Wel op aarde want een hemels leventje zit er voor de “Jan met de pet” JG-tjes (uitspraak van één van hun leiders) niet in, althans voor de meeste niet want alleen de ongeveer 8000 “gezalfden” die er nog over zijn van de 144.000 claimen vleugeltjes.

Dolf is “dienaar in de bediening” geworden wat grote voorrechten geeft in de gemeente zoals de lectuur beheren. Dienaar in de bediening wordt je als je, meer dan gemiddeld, uurtjes per maand in de velddienst doorbrengt en Dolf heeft meestal zo’n 15 uur prediking op de maandelijkse urenrapportage staan. Deze uren kan je gerust met een berg zout nemen want in de praktijk zal hooguit de helft van de tijd gesproken worden met huisbewoners en zelf de gesprekken met de eigen kinderen worden meegeteld. De urenbriefjes worden elke maand met naam beoordeeld door de ouderlingen en hebben hiermee een goede graadmeter omtrent de geestelijke gesteldheid van desbetreffende verkondiger. Controle, dat is wat het boeltje bijeen houd en bij enige verslapping, een herderlijk gesprek met de ouderlingen. Dit houdt de motivatie hoog om de vork te hanteren of een meer creatieve rapportage zoals; vlak bij huis eerst “belletje lel” daarna naar de velddienstbijeenkomst en vervolgens een afgelegen gebied bewerken. Je kunt wel na gaan dat de effectieve spreekminuten marginaal zijn vergeleken met de “time being”.

Maar Dolf voldoet keuring aan de standaard en hoopt nog eens ouderling te kunnen worden al heeft z’n gezinnetje meer moeite met de protocollen. Achteraan op een rij zitten Dolf, Susanna en Rebecca naar de openbare lezing te luisteren. Susanna, inmiddels 10 jaar, is zoals altijd weer ongeïnteresseerd en kijkt voortdurend naar de klok. Voor hen zit een gezinnetje met 2 kinderen, waarvan een jochie van ongeveer 3, gekke bekken naar Susanna aan het trekken is. ‘Hou daarmee op’ sist de moeder van de kleuter en geeft hem een klets in z’n gezicht. Jankend wordt de kleine aan z’n armpje opgetild en naar achter gebonjourd waarna een luid geschreeuw zelfs achter de gesloten deuren hoorbaar is. Ja, kinderen een paar uur laten stilzitten wordt er desnoods met de “roede” ingeramd en later zullen ze er dankbaar voor zijn, zo wordt er beweerd. De ervaring leert echter anders zoals blijkt uit de vergrijzing van dit “vredelievende volkje”. Maar Dolf ziet alleen de in strakke pakken opererende ouderlingen en kringopzieners en is zwaar onder de indruk van hun bijbelkennis (lees interpretaties) welke door de “belijdvolle-slaaf klasse” worden voorgeschoteld. Zo nu en dan wordt “nieuw licht” als zijnde van Jaweh afkomstig, met veel enthousiasme ontvangen, als onhoudbare stellingen zoals 1975 en “het geslacht van begin 1900 wat het einde zou meemaken” een beetje erg lang duurt. De beleidvolle-slaaf is de JG benaming van een stuk of 10 pausjes met ongeveer de lichamelijke gesteldheid van de onlangs overleden paus Johannes Paulus de 2e.

Dolf gelooft heilig in de leerstellingen van dit clubje en weet zeker dat hij het eeuwige leven binnen handbereik heeft als hij de vergaderingen niet overslaat en zoveel mogelijk van deur tot deur colporteert. Rebecca vind het allemaal wel best zolang Dolf voor de centjes zorgt en niet teveel aan haar kop zeurt om wat vaker mee te gaan in de veldienst. Dolf heeft al zo vaak geprobeerd om haar wat enthousiaster te maken voor het werk van de Heer, maar telkens is dit uitgelopen op een fiasco en hij heeft zich er maar bij neergelegd. Studie mag ook als velddienst worden gerekend als zij dit met Susanna wekelijks uit de boeken van het Machttorengenootschap onderwijst. Langer dan een half uurtje per keer houden ze het niet vol want Susanna kan ongelofelijk irritant worden als het haar allemaal te lang duurt, maar het levert toch wel zo’n 2 tot 3 uurtjes op voor het maand formuliertje. Net genoeg om niet de “inactief” status te krijgen, wat dus geheid tot een bezoekje van de ouderlingen zou leiden, wat tot nu toe gelukkig niet het geval was geweest. Om de goede vrede te bewaren had Rebecca met Dolf afgesproken dat Susanna zich binnenkort zou laten inschrijven op de theocratische school zodat de gemeente kon zien dat Dolf z’n zaakjes goed op orde had. Susanna zou dan een paar maal per jaar met haar moeder of JG-vriendinnetje op het podium een korte bespreking van ongeveer 5 minuten over een bijbels onderwerp houden. Dat Susanna hier heel anders over dacht deed niet ter zake.

 

 

Aan het eind van de zaalvergadering had een ouderling van de gemeente Vlimmingen waar Dolf, Rebecca en Susanna deel van uitmaakten een korte mededeling. Debora, de zus van Rebecca wenste niet langer deel uit te maken van de Vlimmingse Jaweh Gelovigen gemeente. Er werd terloops nog meegedeeld dat ze dus moest worden beschouwd als een uitgeslotene.

Rebecca was na thuiskomst toch wel ontdaan, hoewel ze dit al had zien aankomen. Cor, de man van Debora was toch al niet zo’n vergadering bezoeker en Debora zagen ze ook steeds minder in de Nieuwewereldzaal. Wat Dolf niet wist was dat Debora vaak met Rebecca sprak over dingen die Cor had gevonden op internet over de JG’s. Hierdoor kon je ook uitgesloten worden als ze er achter kwamen en dit vond Rebecca geen prettig vooruitzicht. Nu Debora zichzelf had teruggetrokken als JG moesten de contacten tot een minimum worden beperkt omdat anders ook sancties tegen hen konden worden verwacht.

Dolf die de kans op het ouderlingschap niet om zeep wilde helpen zegt tegen Rebecca, ‘dat koffieleuten met je zus is nu ook zeker van de baan?’ ‘Dat kunnen ze wel vergeten, ik regel zelf wel met wie ik omga’ pareert Rebecca strijdvaardig.‘ Als jij in de velddienst gaat, vertel je met je huichelachtige gezicht dan ook dat als ze JG worden en later gaan twijfelen ook monddood worden gemaakt?’ ‘Tja dat zijn nou eenmaal de regels, afvalligen zijn als een hond die naar z’n eigen uitbraaksel terugkeert, en zo denk ik er ook over ’zegt Dolf vol overtuiging.

  Everytime You Say Goodbye:

‘O ja?’ roept Rebecca luid, ‘als mijn zus geen JG meer wil zijn zal dat vast wel een reden hebben en voor mij blijft ze m’n zus, wat anderen ook beweren.’ ‘Ook als je zelf de kans loopt om uitgesloten te worden?’ zegt Dolf. ‘dan mag ik ook niet meer met je over geloofszaken spreken en studie met Susanna kan je dan ook wel vergeten’. Misschien is dat wel het beste voor Susanna en mij,’ zegt Rebecca. ‘Of dacht je soms dat ik mijn dochter zou laten doodbloeden als ze een ongeluk of een riskante operatie moest ondergaan?’ ‘Het is anders ook mijn dochter nu,’ snauwt Dolf terug en ik ben wel het hoofd van het gezin en neem dit soort beslissingen.’ ‘Vergeet het maar, ‘ zo verhoogt Rebecca de spanning, ‘je kunt terug naar Beverdrecht met je autoritaire toontje, ik baal al een tijdje van die hele JG kliek en je kunt kiezen, mijn zus accepteren of ik laat me ook uitschrijven.’ Dolf die zo gauw niet weet wat hij moet zeggen loopt kwaad naar buiten (dit trekje heeft hij nog niet afgeleerd) en denkt dat Rebecca wel weer zal bijdraaien, hij zorgt immers voor de centjes. Weer thuisgekomen ziet hij dat Rebecca aan het telefoneren is. ‘Zeker je zus?’ vraagt hij nors. En als Rebecca de hoorn heeft neergelegd en Susanna die het tumult had gehoord vanuit haar slaapkamer huilend op schoot zittend troost, gaat Dolf thee zetten. Een lange stilte volgt, en Dolf besluit het er maar bij te laten zitten want met deze vrouw kan je beter geen ruzie maken zo wist hij uit vorige geschilletjes. Rebecca was van kinds af aan als JG opgevoed en al vroeg aan de man geraakt wat heel normaal is bij deze club. Door haar onderworpen gedrag had Teun als heerser van het gezin z’n eigen gang kunnen gaan wat uiteindelijk tot een breuk met Rebecca had geleid. Sinds dien was Rebecca flink mondiger geworden en liet niet zo snel meer over zich heen lopen, wat Dolf dus regelmatig kon ondervinden zoals ook nu weer. Vlak na haar scheiding waren haar vader en moeder omgekomen bij een auto ongeluk wat ook veel stress en verdriet met zich had meegebracht maar dat had tevens ook haar geloof in God ondermijnd. Jaweh Gelovigen zijn immers Gods uitverkoren volk volgens de Machttoren en mogen geen bloed transfusie zoals noodzakelijk toen bij haar ouders. De bloedweigerkaartjes had ze nog als stille getuigen in bezit en als ze deze tevoorschijn haalde sprongen gelijk de tranen weer in haar ogen. Als Susanna weer naar bed is probeert Dolf Rebecca een beetje te paaien met een flesje wijn. Nog wat nukkig nipt ze wat later aan haar glas en zegt, ‘vind je zelf ook niet dat we geleefd worden door die onzichtbare “slaaf” uit Brooklyn?’ Dolf moet dit wel beamen maar zegt; ‘waar moeten we dan zijn voor de ware religie?’ ‘Is het niet de waarheid die ons eeuwig leven belooft?’ En is het niet zo dat als we op Jaweh vertrouwen het allemaal goed komt?’ Rebecca gaat uit haar stoel overeind en loopt op Dolf af en zegt, ‘geloof je dat Jaweh via een stel bejaarden uit Amerika ons laat weten hoe we moeten leven?’ ‘Nou ik zal je dit zeggen, mijn zus is me weer waard dan dat hele schijnheilige stelletje in de zaal en als ze wat aan te merken hebben op mijn omgang met Debora dan kunnen ze me wat en stop ik er ook mee.’ Dolf die hier weinig tegen in kan brengen oppert nog dat hij wel een afspraak met broeder Limmen zal maken om deze kwestie te bespreken krijgt meteen weer de wind van voren. ‘Denk maar niet dat ik me door Gerard Limmen de les laat lezen.’ Hij heeft zelf een zoon die uitgesloten is en wil helmaal niets meer met hem te maken hebben.’ ‘Schandalig zoals hij z’n eigen zoon Peter heeft behandeld, hij is zelfs niet bij de begrafenis geweest van z’n schoondochters vader.’ Zogenaamd omdat hij moest werken, maar ik wil die man niet in huis voor een gesprek want dan gooi ik het allemaal voor z’n poten.’ Ja Dolf moest Rebecca wel gelijk geven hoewel hij toch lichtelijk patij koos voor Gerard want hij had nou eenmaal veel gezag in de gemeente Vlimmingen. ‘Wel een lekker wijntje en de kaas smaakt ook erg goed,’ probeerde Dolf de aandacht wat te verleggen. Dit lukte aardig en zo werd het toch nog gezellig en Dolf zet een stukje muziek op om sfeer nog wat te verbeteren. ‘Zullen we zaterdag naar Antwerpen gaan,’ zegt Dolf, er is kermis en dat zal Susanna wel leuk vinden, ook de nieuwe film van Harry Potter is uit dus dan gaan we na de kermis gezellig naar de bios.’ Rebecca valt haast van haar stoel van verbazing, Harry Potter wordt binnen de JG kringen nou niet als bepaald goede omgang gezien, maar ze doet alsof ze niet verbaast is en zegt; ‘Susanna wil al heel lang een keertje met ons naar Harry Potter maar ik durfde het niet aan jou te vragen. Dolf die nu wel eventjes moet slikken want Susanna wil hij niets maar dan ook niets onthouden, zegt dan, ’de films die het Machttoren-genootschap goedkeurt moeten nog gemaakt worden, dus we gaan.’ Deze wending in Dolfs gedrag moest meteen worden beklonken vond Rebecca en ze schonk nog een glas wijn in en zei; ‘zaterdag wordt een mooie dag om mijn zus Debora en Cor mee te vragen. Dolf die wel een beetje verrast was door Rebecca’s voorstel wilde de sfeer niet verzieken en stemde ermee in. ‘Ik ga ze gelijk bellen’ lacht Rebecca en pakt de telefoon.

 

‘Zeg Dolf, wat heb ik gehoord, ben jij met Rebecca en Susanna naar Harry Potter geweest?’ Dolf schrok wel een beetje door de vraag van Gerard Limmen na afloop van de vergadering maar zei gelijk, ‘erg leuk Gerard, moet je ook heen gaan met je kleinkinderen’. Het was er uit voor hij er erg in had. Gerard had door de uitsluiting van z’n zoon amper nog contact met z’n kleinkinderen wat best wel knaagde aan hem. Maar ja, als ouderling kon je moeilijk omgang hebben met uitgeslotenen. ‘Je weet ook wel dat ik ze nog nauwelijks zie en bovendien lijkt Harry Potter nou niet bepaald de meest theocratische film’ zegt Gerard kribbig. Ik heb ook gehoord dat Rebecca’s zus Debora mee was, is dat zo?’ Dolf kon dit niet ontkennen en zag aan het gezicht van Gerard dat hij goed geïnformeerd was en een verklaring eiste. ‘We gaan wel vaker met elkaar ergens naar toe, we hebben zelfs gezamenlijk een vakantie naar Spanje geboekt zoals je weet’ zegt Dolf. ‘De situatie is wel wat veranderd’ zegt Gerard, ‘en je weet dat je in moeilijkheden kan komen als je omgang houdt met Cor en Debora.’Ze zijn uit zichzelf gestopt als JG en hebben geen zonde of iets begaan’ zegt Dolf . ‘Dit maakt zoals je weet geen enkel verschil, uitgesloten is uitgesloten en als je doorgaat met de omgang van die twee, kom je dik in de problemen’ zegt Gerard dreigend en loopt weg.

Thuisgekomen vraagt Rebecca waarover Gerard het met Dolf had gehad. Dolf aarzelde maar kwam toch op de proppen met het verhaal. Hij was best wel onder de indruk van de autoriteit van Gerard maar voelde ook wel wat opstandigheid van binnen. ‘Gerard zegt dat we problemen kunnen verwachten zoals ik je al had voorspeldt’ zegt Dolf, ‘maar de manier waarop hij me dat zei bevalt me nog het minst.’ ‘Kon je op wachten’ zegt Rebecca, ‘en wat doe je nu?’ ‘Ik weet het nog niet maar alles wat Cor me heeft verteld over het verkeerd interpreteren van medici inzake bloed heeft me wel aan het denken gezet’ zegt Dolf. ‘Morgen koop ik een pc en ga het eens allemaal uitzoeken of het allemaal waar is wat hij zegt, we moeten toch al aan zo’n ding en voor de studie van Susanna is het ook wel handig vind je niet?’ Rebecca weet het allemaal niet meer en vindt de plotselinge omslag van Dolf wel erg plotsklaps, maar ja het paste wel in haar straatje. ‘Goed’ zegt Rebecca, ‘kan ik eindelijk eens mailen vanuit huis in plaats van altijd maar naar de bieb te moeten.’

‘Kom je nu een keer beneden’ zegt Rebecca, ‘ik heb thee en wil ook wel eens shoppen op het internet.’ Als Dolf aan de thee zit met een lekker koekje erbij brandt hij los. ‘Ik ga morgen niet naar de vergadering en wil eerst weten waar we al die jaren onze kostbare tijd hebben ingestoken. Ik krijg steeds meer het vermoeden dat we zijn misbruikt om te colporteren voor een multinational die ontzettend veel geld heeft verdiend over de ruggen van ons. Ik heb een paar foto’s bekeken van de grote gebouwen in Amerika welke in bezit zijn van ons Machttoren imperium. Tel daar nog eens de honderdduizenden koninkrijkszalen bij op en je zit zo op een paar miljard Euro. Ik zou wel eens willen weten wat er met deze bezittingen wordt gedaan want niemand van ons krijgt inzagen in de financiële boekhouding. Al het binnenkomen geld van de lectuur en vrijwillige bijdragen gaan zogenaamd naar het “wereldwijde werk”.’ ‘Tja’ zegt Rebecca, ’ik twijfel ook al een tijdje aan de integriteit van onze club, en bij elke kringvergadering en congres komen ze zogenaamd weer geld tekort en doen een oproep om de tekorten aan te vullen met een extra bijdrage. Maar nu ga ik eventjes achter de computer als je het niet erg vind.’

‘Schandalig’ zegt Rebecca ‘wat ze ons hebben voorgelogen over bloed. Ze hebben quotes van medici uit hun verband gehaald en in de Machttorenlectuur gebruikt om ons te doen geloven hoe gevaarlijk bloedtransfusie is. Dus andere leerstellingen zullen we ook met een korreltje zout moeten nemen. Hoe meer ik op internet lees over onze organisatie hoe meer ik walg van die zielige ouwe mannetjes die zich “het besturend lichaam” en de “beleidvolle slaaf “ noemt.’ ‘volgende week ga ik naar Gerard Limmen toe om hem uitleg te vragen over wat we gevonden hebben over onze club’ zegt Dolf, ’Eens kijken hoe hij reageert, volgens mij zal hij wel schrikken als ik hem confronteer met dit alles.’ ‘Doe je daar nu wel goed aan’ zegt Rebecca, ‘volgens mij kan je hier beter mee komen als je wat meer informatie hebt.’ ‘Ik heb genoeg gelezen op een Amerikaans discussiebord over heel veel onderwerpen en er is ook een Nederlands bord en een site met alle onderwerpen en heet “antwoorden voor Jaweh Gelovigen”. Ik zal je even laten zien waar je het kunt vinden Rebec, kom maar mee, wist je trouwens dat onze oprichter Pussel lid was van de vrijmetselarij?’

(In 1879 riep Charles Taze Pussel De Machttoren, het orgaan voor de Jaweh Gelovigen, in het leven. De Internationale Vereniging van Bijbeldraaiers heette de voorloper van de organisatie, die nu bekend staat als het Machttorengenootschap. In de verborgen macht achter de Jawe Gelovigen schrijft Robin de Spuiter; "Het Machttorengenootschap behartigt onder het mom van religie wereldwijd Amerikaanse belangen. Het is niet zo dat alle leidinggevende figuren daar vanaf weten. Degenen die dat wel weten, zijn bewust op die plaats neergezet om hun opgaven uit te voeren", stelt de schrijver. De opmerkelijkste koerswijziging vond plaats tijdens het Interbellum. De Rothschilds, een machtige Britse familie die belang had bij de emigratie van joden naar Palestina, merkten dat veel joden de voorkeur hadden voor de VS. De Spuiter suggereert dat het Machttorengenootschap betrokken was bij de psychologische campagne die opgezet werd om Palestina aantrekkelijk te maken. President Pussel was de belangrijkste wegbereider van het zionisme in de VS, concludeert de schrijver).

 

    A soft place to fall (Allison Moorer) :    

 

Als ze een paar uur later aan een glaasje wijn zitten en alles bespreken wat er zoal op internet is te vinden zegt Rebecca; ‘Ik ga niet meer naar de vergadering en ben blij dat ik dit nu allemaal weet.’ Wel vind ik het jammer dat ik niet meer met Jannie en Annelies lekker kan koffieleuten want ik ben bang dat ze me wel zullen gaan mijden. M’n mond houden ben ik niet erg goed in zoals je weet en huichelen wil ik ook niet dus ik denk dat ik maar een brief ga schrijven naar al m’n vriendinnen en kennissen.’ ‘Goed idee’ zegt Dolf, ik ben ook begonnen met een uitgebreide opsomming van feiten en stuur die als ik met Gerard heb gesproken ook naar mijn vrienden en bekenden.’